Dhammapada

Tweelingverzen

De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met onzuivere gedachten, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.

De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met zuivere gedachten, volgt geluk dat daardoor is veroorzaakt, zoals iemands schaduw die hem nooit verlaat.

Wie vijandigheid in zich draagt zoals: “Hij heeft mij beledigd en geslagen, hij heeft mij verslagen en beroofd.” In hen waarin zulke gedachten steeds terugkeren, verdwijnt haat nooit.

Wie geen vijandigheid in zich draagt zoals: “Hij heeft mij beledigd en geslagen, hij heeft mij verslagen en beroofd.” In hen waarin zulke gedachten niet terugkeren, verdwijnt haat.

In deze wereld wordt haat nooit door haat overwonnen; haat wordt overwonnen door vriendschap. Dit is een tijdloze wijsheid.

Anderen in deze wereld begrijpen niet dat wij allemaal eens moeten sterven, maar van hen die dat begrijpen neemt het geruzie af.

Hij die verblijft bij het aantrekkelijke van de zintuigen, wiens vermogens ongecontroleerd zijn, wie in voedsel geen matiging kent, wie futloos en lui is; zo iemand werpt Mara omver zoals de wind een zwakke boom omverwerpt.

Hij die verblijft bij het onaantrekkelijke van de zintuigen, wiens vermogens goed onder controle zijn, wie matigheid in voedsel kent, wie vol vertrouwen is, wie energiek is; zo iemand werpt Mara niet omver zoals de wind ook niet een grote rots omverwerpt.

Iemand die het geverfde gewaad draagt, die ongezuiverd is van bezoedelingen, geen controle over zijn emoties heeft en zich de realiteit niet gewaar is, is het geverfde gewaad niet waardig.

Maar hij die gezuiverd is van smetten, zichzelf stevig tot moreel gedrag zet, die rustig is, controle over zijn emoties heeft en zich de realiteit gewaar is, is het geverfde gewaad zeker waardig.

Dat wat geen waarde heeft wordt gezien als waardevol, en wat waarde heeft wordt gezien als zonder waarde. Door het in standhouden van verkeerde aspiraties, bereiken zij nooit datgene wat waardevol is.

Dat wat waarde heeft herkennen zij als waardevol en het niet waardevolle als het niet waardevolle. Door het in standhouden van de juiste aspiraties, bereiken zij datgene wat waardevol is.

Zoals de regen door een slecht gedekte woning dringt, zo dringt hartstocht door in een slecht ontwikkelde geest.

Zoals de regen nooit door een goed gedekte woning dringt, zo dringt hartstocht nooit door in een goed ontwikkelde geest.

Hier lijdt iemand en in het hiernamaals lijdt iemand; op beide manieren lijdt degene die kwaad doet. Iemand lijdt en wordt gekweld wanneer hij zijn eigen onzuivere wilshandelingen ziet.

Hier is iemand gelukkig en in het hiernamaals is iemand gelukkig; op beide manieren is degene die goed doet gelukkig. Iemand is gelukkig en verheugt zich wanneer hij zijn eigen zuivere wilshandelingen ziet.

Hier brandt iemand en in het hiernamaals brandt iemand; op beide manieren brandt degene die kwaad doet. Berouwvol brandt iemand: “ik heb kwaad begaan”, en nog meer brandt iemand nadat hij naar een ellendige sfeer is gegaan.

Hier is iemand gelukkig en in het hiernamaals is iemand gelukkig; op beide manieren verheugt zich degene die goed doet. Sereen is hij: “verdiensten heb ik verricht”, en nog meer verheugt hij zich nadat hij naar een zegenrijke sfeer is gegaan.

Hoewel hij vele heilige teksten reciteert, is de onachtzame geen beoefenaar. Hij is zoals een koeienherder die de koeien van een ander telt. In het monnikschap heeft hij geen enkel aandeel.

Hoewel hij weinig teksten reciteert, maar zijn oefening in Dhamma voortzet, als hij vrij van hartstocht, haat en onwetendheid is, wijsheid geperfectioneerd heeft, en in de geest goed bevrijd is, dan heeft hij zeker aandeel in het monnikschap.

Waakzaamheid

Oplettendheid is het onsterfelijke pad, onoplettendheid is het pad naar de dood. Zij die oplettend zijn sterven niet, maar de onoplettenden zijn zoals de dood.

De wijzen die dit herkennen als het kenmerk van oplettendheid, scheppen behagen in de sferen van de Edelen en verheugen zich in oplettendheid.

Volhardend mediteren zij, voortdurend streven zij krachtig. De standvastigen bereiken Nibbana, de Onovertrefbare Veiligheid van banden.

Volhardend en indachtig, zuiver in handelingen, zorgvuldig in alle activiteiten, een rechtschapen leven leidend; voor zulk een oplettend persoon neemt de glorie toe.

Door vastberadenheid en indachtigheid, door beteugeling en zelfbeheersing, maakt degene die wijs is een eiland voor zich dat geen vloedgolf kan overspoelen.

Dwaze mensen met weinig verstand, doen zich tegoed aan onoplettendheid. Maar hij die wijs is, behoedt oplettendheid en koestert dat als een grote schat.

Geef niet toe aan onoplettendheid! Vermijd (de begeerte naar) zintuiglijke plezieren! De oplettende en contemplatieve persoon verwerft een overvloed aan zegen.

Wanneer een wijs mens onoplettendheid door oplettendheid heeft verdreven, de toren van wijsheid standvastig heeft beklommen, overziet hij, vrij van verdriet, de massa. Hij kijkt op het verdrietige volk neer, zoals een man op de top van een berg neerkijkt op hen die beneden zijn.

Onder de onoplettenden, oplettend. Onder de slapenden, klaar wakker. Zoals een snel paard een zwak paard achterlaat, zo wint ook degene met vlekkenloze wijsheid.

Oplettendheid wordt altijd door de wijzen geprezen, onoplettendheid wordt altijd afgekeurd. Door oplettendheid verwierf Magha het leiderschap over de deva's.

De bhikkhu die vreugde vindt in waakzaamheid, die onachtzaamheid met afkeer beziet, maakt vorderingen en verteert net zoals het vuur, alle banden, grove en subtiele.

De bhikkhu die vreugde vindt in waakzaamheid, die onachtzaamheid met afkeer beziet, zal nooit terugvallen. Hij is dicht bij Nibbana.

De geest

De geagiteerde en wankelende geest is moeilijk te beteugelen, moeilijk te bedwingen. Maar iemand met wijsheid maakt hem recht zoals een pijlmaker een pijl recht maakt.

Zoals een vis die uit zijn waterrijke verblijf gehaald is en op het land geworpen is, net zo spartelt deze geest wanneer Mara's koninkrijk verlaten wordt.

De geest is heel moeilijk te beteugelen, hij is snel, focust zich op alles wat hij wenst. Het trainen van de geest is goed. De bedwongen geest brengt geluk.

De geest is uitermate moeilijk te zien, hij is buitengewoon subtiel, focust zich op alles wat hij wil. Iemand die wijs is beschermt de geest. Een bewaakte geest brengt geluk.

Grote omzwervingen, geheel alleen ronddolen, zonder vormen, verborgen in een grot. Zij, die deze geest beteugelen, zijn vrij van Mara's banden.

Van degene met een onstandvastige geest, iemand die niet de ware Dhamma kent en die een wankel vertrouwen heeft, neemt wijsheid niet toe.

Iemand waarvan de geest niet aangetast is, een geest die ongehavend is, verlaat kwaad en ook verdiensten. Er is geen angst voor hem die volledig ontwaakt is.

Nadat dit lichaam als een vaas van klei is beschouwd, en deze geest sterk is gemaakt zoals een versterkte stad, bestrijdt men Mara met het wapen van wijsheid. Nadat de bescherming is volbracht, zal er geen zoeker naar een verblijf zijn.

Weldra, helaas, zal dit stoffelijk lichaam gestrekt op de aarde liggen. Veronachtzaamd, zonder bewustzijn, net zoals een stuk nutteloos rot hout.

Wat de ene bandiet de andere bandiet aandoet, of haters degene aandoen die zij haten; de slecht gerichte geest veroorzaakt bij iemand inderdaad veel meer schade.

Wat iemands moeder, wat iemands vader, wat een bloedverwant ook zal doen; een goed gedisciplineerde geest, kan iemand inderdaad meer goed doen.

Bloemen

Wie zal deze aarde begrijpen, de wereld van Yama en die van de goden? Wie zal deze goed onderwezen Dhamma begrijpen zoals de bloemenkransmaker zijn bloemen selecteert?

Iemand die getraind is, begrijpt deze aarde, de wereld van Yama, en die van de goden. Iemand die getraind is begrijpt de goed verkondigde Dhamma zoals de bloemenkransmaker die vakkundig is in het selecteren van bloemen.

Nadat je dit lichaam als schuim hebt beschouwd, wanneer je ontwaakt bent tot zijn illusionaire aard en Mara's bloemenpijlen vernietigd hebt, ga je voorbij de visie van de koning van de dood.

Iemand met een gehechte geest, die alleen maar de bloemen der geneugten verzamelt, wordt door de dood gegrepen en meegenomen, zoals een grote vloedgolf een slapend dorp wegvaagt.

Iemand met onverzadigbare verlangens, die alleen maar de bloemen der geneugten verzamelt, iemand met een gehechte geest, wordt door de dood onder zijn betovering gebracht.

Zoals de bij in een bloem honing verzamelt zonder de kleur of de geur te beschadigen, zo moet een wijze door het dorp gaan.

Zoek niet in een ander naar fouten, naar wat gedaan is en wat niet gedaan is, maar onderzoek wat jezelf gedaan hebt en niet gedaan hebt.

Zoals een verleidelijke bloem die schitterend is, maar zonder geur, zo vruchteloos zijn goed gesproken woorden van iemand die er niet naar handelt.

Zoals een verleidelijke bloem die schitterend is, en heerlijk ruikt, zo vruchtbaar zijn goed gesproken woorden van iemand die er naar handelt.

Zoals van veel bloemen, veel bloemkransen kunnen worden gemaakt, zo moet door een sterveling veel goede daden worden verricht.

De geur van bloemen gaat alleen met de wind mee, zoals de geur van sandelhout, jasmijn of lavendel. Maar de geur van deugdzaamheid gaat zelfs tegen de wind in. De geur van een deugdzaam mens doordringt alle richtingen.

De geur van sandelhout, lavendel, lotus en jasmijn; van al deze heerlijke geuren is de heerlijke geur van deugdzaamheid de meest verheven geur.

Slechts een klein beetje is de geur van lavendel en sandelhout, maar de geur van de deugdzamen stijgt hoog op onder de deva's.

Degenen met perfecte deugdzaamheid, zij die een leven leiden in oplettendheid en bevrijd zijn door volmaakte kennis; hun pad kan Mara niet kennen.

Langs de weg, waar afval op een hoop geworpen is, daar kan een lotus groeien, en geurig en aangenaam voor de geest zijn.

Op dezelfde wijze, schittert de leerling van de Samma Sambuddha met stralende wijsheid boven de blinde wereldlingen, die als afval zijn geworden, uit.

Dwazen

Lang is de nacht voor hem die niet in slaap kan komen. Lang is een mijl voor hem die vermoeid is. Lang is samsara voor dwazen, zij die de ware Dhamma niet kennen.

Als iemand geen metgezel kan vinden die beter is dan hijzelf of zijn gelijke, dan kan men beter alleen blijven. Want met dwazen omgaan levert geen voordeel op.

“Ik heb zonen, ik heb rijkdom”, op die manier maakt de dwaas zich zorgen. Hijzelf is niet eens van hemzelf, hoe dan wel zonen en rijkdom?

Als iemand zijn dwaasheid inziet, dan is die dwaas een wijs persoon. Maar de dwaas die zichzelf wijs waant, wordt terecht een dwaas genoemd.

Hoewel een dwaas een leven lang nauw verbonden kan zijn met een wijze, zal hij de Dhamma niet kennen, zoals een lepel de smaak van soep niet proeft.

Hoewel een intelligent persoon slechts een moment verbonden kan zijn met een wijze, kan hij de Dhamma onmiddellijk begrijpen, zoals de tong (onmiddellijk) de smaak van soep proeft.

Dwazen met een zwak onderscheidingsvermogen zijn als vijanden voor zichzelf, want zij begaan slechte daden die slechte gevolgen hebben.

Die daden zijn niet goed, daden waarvan men spijt krijgt, waarvan men de gevolgen met huilen en een betraand gezicht ervaart.

Maar die daden zijn goed, daden waarvan men geen spijt krijgt, waarvan men de gevolgen met blijheid en een vreugdevolle geest ervaart.

Wanneer slechte daden nog niet tot rijping zijn gekomen, beschouwt de dwaas die daden als honing. Maar wanneer het kwaad rijpt, dan lijdt de dwaas.

Een dwaas kan eens per maand met de punt van een grassprietje zijn voedsel tot zich nemen, toch is hij geen zestiende deel waard van hem die de Dhamma kent.

Zoals melk niet onmiddellijk stremt, zo zijn kwade daden die begaan zijn. Al smeulend vervolgen ze de dwaas zoals vonken die met as bedekt zijn.

Wat door de dwaas is geleerd, draagt bij tot zijn nadeel. Zijn betere karakter is vernietigd en zijn intelligentie is verstrooid.

Voor erkenning wenst een dwaas voorrang onder de monniken, leiderschap in kloosters en eerbetoon van andere families.

Laat lekenvolgelingen en monniken denken: “Dat dit door mij is gedaan, of het nu grote of kleine werken zijn. Laat hen afhankelijk van mij zijn.” Zo is de intentie van de dwaas; zijn begeerte en eigendunk nemen toe.

Het ene pad leidt naar wereldse winst, een ander pad leidt naar Nibbana. De monnik die dit duidelijk begrijpt, de ware volgeling van de Boeddha, moet zich niet wentelen in aangeboden giften, maar zich in plaats daarvan toewijden in afzondering.

De wijzen

Als iemand een wijs man ontmoet die zijn gebreken opspoort en zijn afkeuring hierover te kennen geeft, dan is dit iemand die een verborgen schat openbaart; met zulk een wijze moet iemand omgaan. In zo'n gezelschap wordt iemand verrijkt en gaat er nooit op achteruit.

Hem aansporen, hem instrueren, en iemand doen afbuigen van asociaal gedrag. Inderdaad, zo iemand is geliefd bij de goede mensen, maar niet geliefd bij de slechten.

Kom niet in de nabijheid van slechte vrienden, zoek geen toevlucht in schurken. Breng je tijd door met edele vrienden, ga met edele mensen om die beter zijn.

Gelukkig is hij die de Dhamma indrinkt, met een hart dat zuiver en rustig is. Zo'n wijze verheugt zich steeds in de Dhamma welke door de Edelen van geest verklaard is.

Bouwers van irrigatiewerken leiden het water; pijlmakers vormen de pijlschachten; timmerlieden bewerken het hout, en zij die wijs zijn oefenen zich in zelfbeheersing.

Zoals een grote rots niet beweegt door de wind, zo blijven de wijzen onwrikbaar door zowel lof als kritiek.

Zoals een diepe oceaan heel helder en kalm is, zo worden de wijzen die de Dhamma hebben gehoord, mentaal gezuiverd.

De edelen verzaken alles. Zij die vredig zijn praten niet over verlangen naar zintuiglijke geneugten. En wanneer zij door geluk of pijn getroffen worden, is er noch neerslachtigheid noch uitgelatenheid bij hen te zien.

Noch voor zijn eigen voordeel noch voor het voordeel van anderen, verlangt hij naar kinderen, rijkdom of landgoed. Hij verlangt niet naar het onrealistische gewin voor zichzelf. Zo iemand wordt een deugdzaam, wijs en rechtschapen mens.

Onder de mensen zijn er maar weinigen die de Andere Kant bereiken; de meeste onder de mensheid snellen langs deze oever heen en weer.

Maar zij die de Dhamma beoefenen, overeenkomstig de goed verkondigde Dhamma, verlaten de heerschappij van de dood die zo moeilijk te verlaten is; zij zullen oversteken naar de Andere Kant.

Na het verlaten van bezoedelde visies, moet de wijze het zuivere cultiveren nadat hij van het huislijke naar het thuisloze is gegaan, en zich in afzondering onthechten.

Laat hen verlangen naar die bijzondere verrukking, het verlaten van zintuiglijkheid, niets bezittend zijn. Zulke wijzen zuiveren zichzelf van alle bezoedelingen van de geest.

Zij die de factoren die tot verlichting leiden, volledig ontwikkeld hebben, schuwen de tendens van vastklampen en beleven vreugde in het opgeven van gehechtheid. Zij, die zonder bezoedelingen zijn, de stralenden, hebben reeds in deze wereld Nibbana verwerkelijkt.

De heiligen

Met de reis beëindigd en zonder verdriet, van alles volledig vrij. In hem die alle banden heeft opgegeven, wordt de angst van hartstocht niet gevonden.

Zij die indachtig zijn spannen zich in. In geen enkele woonplaats zien zij vreugde. Zoals zwanen hun meer achterlaten, laten zij hun verblijfplaatsen achter.

Zij die niet vergaren, die volledig begrip hebben van de aard van voedsel (ahara), hebben als hun gebied het objectloze en de leegte van perfecte vrijheid. Zoals vogels die in de lucht vliegen, is hun gang moeilijk te bespeuren.

Van hen wiens bezoedelingen zijn vernietigd, die niet gehecht zijn aan wat voor soort voedsel (ahara) dan ook, hebben als hun gebied het objectloze en de leegte van perfecte vrijheid. Zoals vogels die in de lucht vliegen, is hun gang moeilijk te bespeuren.

Wiens zintuigen gekalmeerd zijn zoals strijdrossen door de paardentemmer goed getraind zijn, die geen vooroordelen heeft en onbezoedeld is; zulk een persoon is zelfs door de goden geliefd.

Iemand van goed gedrag is als de aarde, veilig en niet ontstemd, hij is als een pilaar van een stadspoort, als een moddervrij meer. Voor iemand die zo is, zijn er geen ronden van geboorten en dood meer.

Vredig is zijn geest. Vredig is zijn spraak. Vredig zijn zijn daden. Perfect in de kennis van vrijheid, zo iemand is uiterst vredig.

Zonder verkeerd geloof, het ongeconditioneerde kennende, de banden uiteindelijk verbroken, elke gelegenheid tot wedergeboorte vernietigd en begeerte opgegeven. Hij is inderdaad een edel persoon.

Of het in dorpen of wouden is, in valleien of op heuvels—overal waar Arahats verblijven, daar is de aarde bijzonder bekoorlijk.

Aangenaam zijn de wouden. Waar het gewone volk geen genoegen in beleeft, daar scheppen de hartstochtenlozen behagen in. Want zij zijn geen plezierzoekers.

Duizenden

Uitdrukkingen kunnen samengesteld zijn uit duizend nietsbetekenende woorden, maar veel beter is één betekenisvol woord waardoor men kalmeert.

Gedichten kunnen samengesteld zijn uit duizend nietsbetekenende verzen, maar veel beter is één betekenisvol vers waardoor men kalmeert.

Iemand kan honderd verzen opzeggen die samengesteld zijn uit nietsbetekenende woorden, maar veel beter is één betekenisvol Dhamma-woord waardoor men kalmeert.

Iemand kan duizend maal duizend mensen in de strijd overwinnen, maar degene die zichzelf overwint is de grootste overwinnaar op elk slagveld.

De overwinning op jezelf is groter dan de overwinning op anderen. Zulk iemand die zijn eigen zelf overwonnen heeft, is altijd beteugeld in gedrag.

Noch een deva, noch een gandhabba, noch Mara samen met Brahma, kan de overwinning van zulk een persoon teniet doen.

Iemand kan maand na maand, honderd jaren lang duizend offers brengen, maar als iemand slechts één moment eerbied betuigt aan degene met een ingetoomde en gedisciplineerde geest, dan is zulk een eerbetoon veel beter dan een eeuw lang offers brengen.

Iemand kan honderd jaren lang het vuur in het woud aanbidden, maar als iemand slechts één moment eerbied betuigt aan degene met een ingetoomde en gedisciplineerde geest, dan is zulk een eerbetoon veel beter dan een eeuw lang het vuur aanbidden.

In deze wereld kan iemand verdiensten nastreven door kleine of grote offergaven te brengen, of door zelfs een heel jaar lang offergaven te brengen. Maar dat alles is nog geen vierde deel van wanneer men eerbied betuigt aan een persoon die recht door zee is, hetgeen veel edeler is.

Voor iemand met een respectvol karakter, die altijd de Eerwaarden vereert, daarvan nemen de volgende kwaliteiten toe: de lengte van het leven, schoonheid, geluk en kracht.

Iemand kan honderd jaren leven in dwaasheid en ongeordendheid van geest, maar één enkele levensdag van iemand die deugdzaam en meditatief is, is veel beter.

Iemand kan honderd jaren leven in dwaasheid en ongeordendheid van geest, maar één enkele levensdag van iemand die wijs en meditatief is, is veel beter.

Iemand kan honderd jaren leven in luiheid en zwakke inspanning, maar één enkele levensdag van iemand die inspanning ontwikkelt, is veel beter.

Ofschoon iemand honderd jaren kan leven en niet het opkomen en vergaan (van dingen) ziet, dan is één levensdag veel beter als men het opkomen en vergaan wel ziet.

Iemand kan honderd jaren leven en het Doodloze niet zien, maar één enkele levensdag van iemand die het Doodloze wel ziet, is veel beter.

Iemand kan honderd jaren leven en de Verheven Dhamma niet zien, maar één enkele levensdag van iemand die de Verheven Dhamma wel ziet, is veel beter.

Kwaad

Haast jezelf om het goede te doen en controleer je geest op kwade zaken. Iemand die traag is om het goede te doen, van hem beleefd zijn geest vreugde in het kwade.

Als iemand een kwade daad heeft begaan, doe dat dan niet wederom. Wens niet om dat nogmaals te doen, want kwaad leidt tot lijden.

Als iemand een verdienstelijke daad heeft verricht, doe dat dan wederom. Wens om dat nogmaals te doen, want verdienstelijke daden leiden tot geluk.

Zolang kwade daden niet tot rijping komen beschouwt degene die kwaad doet, dit als het goede. Maar wanneer kwade daden tot rijping komen, dan beschouwt de zondaar de ware natuur van het kwade.

Zolang goede daden niet tot rijping komen beschouwt zelfs degene die goed doet, dit als het kwade. Maar wanneer goede daden tot rijping komen, dan beschouwt degene die goed doet dit als werkelijk goed.

Denk niet aldus lichtjes over het kwade: “Dit heeft geen gevolgen voor mij”, want ook door het vallen van waterdruppels wordt een waterkan gevuld. De dwaas vult zichzelf met het kwade; hij verzamelt het beetje bij beetje.

Denk niet aldus lichtjes over het goede: “Dit heeft geen gevolgen voor mij”, want ook door het vallen van waterdruppels wordt een waterkan gevuld. De heilige vult zichzelf met het goede; hij verzamelt het beetje bij beetje.

Zoals een koopman met veel weelde maar met weinig bewaking, een gevaarlijk pad vermijdt, zo vermijdt hij volledig het kwaad, net zoals hij als liefhebber van het leven, gif vermijdt.

Als er geen wond in een hand is, dan kan er gif in gedragen worden. Het gif dringt niet binnen als iemand geen wonden in zijn hand heeft. Op dezelfde manier zijn er geen kwade gevolgen voor iemand die geen kwaad begaat.

Wie zich vergrijpt aan iemand die smetteloos is, die zuiver is, die zonder bezoedelingen is, op die dwaas valt het kwaad terug zoals stof dat tegen de wind in geworpen is.

Sommigen worden geboren in de baarmoeder, kwaaddoeners komen in de hel tot leven, weldoeners gaan naar de hemelen, zij die zonder bezoedelingen zijn verwerven het totale Nibbana.

Noch in de lucht, noch midden in de oceaan, noch door te verblijven in een berggrot; nergens is die plaats op aarde te vinden, waar iemand vrij is van zijn kwade daden.

Noch in de lucht, noch midden in de oceaan, noch door te verblijven in een berggrot; nergens is die plaats op aarde te vinden, waar iemand aan de dood kan ontsnappen.

Kwelling

Allen beven bij geweld, allen vrezen de dood. Vergelijk anderen met jezelf en dood niet en zet anderen niet aan tot doden.

Allen beven bij geweld, allen hebben het leven lief. Vergelijk anderen met jezelf en dood niet en zet anderen niet aan tot doden.

Wie dan ook letsel met geweld toebrengt aan wezens die gelukkig willen zijn, zal—als een wezen dat zelf gelukkig wil zijn—in zijn volgende geboorte ook geen geluk voor zichzelf verwerven.

Wie dan ook geen letsel met geweld toebrengt aan wezens die gelukkig willen zijn, zal—als een wezen dat zelf gelukkig wil zijn—in zijn volgende geboorte ook geluk voor zichzelf verwerven.

Spreek geen harde woorden tot anderen, want ter vergelding komen harde woorden terug. Twistgesprekken strekken inderdaad tot lijden, want je neemt deel aan veel aanvallen.

Als je, zoals een gebroken gong, nooit (een geluid) terugkaatst, dan zijn twistgesprekken geen deel van jou. Dit is de verwerkelijking van Nibbana.

Zoals de koeherders hun vee met geweld vooruitdrijven om het vee te laten grazen, zo drijven ouderdom en dood het leven uit alle wezens.

Als een dwaas slechte daden begaat, kent hij de gevolgen er niet van. Zulk kamma verbrand de onwijze persoon als iemand die door vuur wordt verschroeid.

Wie een geweldloze geweld aandoet, wie de onschuldige slecht behandelt, komt snel tot een van deze tien toestanden: (...)

(...) hevige pijn vanwege ontbering, verwonding van het lichaam, een ernstige ziekte, of gestoordheid van geest (...)

(...) problemen met koningen, beschuldigingen, het verlies van verwanten, vernietiging van weelde (...)

(...) of zijn huizen branden door een vuurzee af. En wanneer het lichaam tot zijn einde komt, wordt die onwijze, kwade persoon in de hel geboren.

Noch naaktlopen, noch geklit (ongewassen) haar, noch het lichaam met modder besmeuren, noch vasten, noch het slapen op de kale grond, noch boetedoening door lange tijd in hurkzit te zitten, noch zweten, noch het lichaam bevuilen (met stof), kan een sterveling zuiveren zolang hij door twijfel overmand is.

Een persoon kan aantrekkelijk gekleed zijn, maar pas als hij vreedzaam leeft, kalm is, beteugeld is, overtuigd is van het heilige leven, voor alle wezens elke soort van geweld opzij gelegd heeft, is zo iemand een waar priester, een waar asceet, een waar monnik.

Waar in de wereld wordt iemand gevonden die door schaamte het kwade vermijdt, zoals een goed getraind paard de zweep vermijdt?

Ben zoals een goed getraind paard dat met de zweep onder controle wordt gehouden: ijverig, door diep zelfvertrouwen, door deugdzaamheid, door volharding, door mentale zelfbeheersing, door onderzoek naar ervaringen, door helder gewaarzijn, door zelfbeschouwing: zo laat je dit grote lijden achter je!

Bouwers van irrigatiewerken leiden het water; pijlmakers vormen de pijlschachten; timmerlieden bewerken het hout, en zij die van goed gedrag zijn oefenen zich in zelfbeheersing.

Ouderdom

Als je constant brand, wat valt er dan nog te lachen, welke vreugde is er dan? Als je omhuld bent door de duisternis, waarom zou je dan niet een licht zoeken?

Zie dit mooie lichaam, een massa zweren, overeind gehouden door vele beenderen, door velen als iets volmaakts beschouwt, maar (het is) aangetast door ziekten. Want niets is stabiel, niets is blijvend.

Dit lichaam is helemaal afgeleefd, het is een nest met ziekten. Deze massa viezigheid valt makkelijk uiteen, want het leven eindigt in de dood.

Deze grijs getinte beenderen, die als in de herfst uiteenvallen, die als lange witte kalebassen zijn; wie heeft daar nog, na deze gezien te hebben, nog verlangen naar?

Deze stad is opgebouwd uit beenderen, het is bepleisterd met vlees en bloed. Binnenin zijn verval en dood opgeslagen, (verkeerde) trots en eigendunk.

Zelfs mooie koninklijke rijtuigen verrotten. Evenzo vergaat het lichaam. Maar de ervaring van de edele persoon vergaat nooit. De buitengewoon gedisciplineerden verkondigen dit zonder twijfel aan de goede mensen.

Net zoals de ouderdom van een stier toeneemt, zo is het ook met de man van weinig kennis: zijn spieren nemen toe, maar niet zijn wijsheid.

Gedurende vele geboorten in samsara heb ik verwoed gezocht naar de bouwer van dit huis, maar niet gevonden. Het herhaaldelijk geboren worden, is vol met lijden.

O bouwer van dit huis, nu heb ik je gezien! Jij zult nooit meer een huis bouwen. Al jouw balken zijn vernietigd, al jouw dakspanten zijn afgebroken! De geest heeft het Ongeconditioneerde bereikt, het ophouden van de begeerte is bereikt!

Zij die niet een edel leven hebben geleid, zij die in hun jeugd geen weelde hebben vergaard, kwijnen weg als oude reigers langs een leeg gevist meer.

Zij die niet een edel leven hebben geleid, zij die in hun jeugd geen weelde hebben vergaard, zij kwijnen weg als afgeschoten pijlen, en verlangen naar het verleden.

Zelf

Als iemand zichzelf liefheeft, dan is bescherming de beste beveiliging. Iemand die wijs is, is gewaar dat hij in minstens één van de drie fasen van zijn leven deugdzaamheid moet aanleren.

Eerst moet men zichzelf vestigen in wat goed is. Pas dan kan men anderen onderwijzen. Op die manier valt de wijze niets te verwijten.

Wat iemand anderen onderwijst, zo moet iemand ook zichzelf gedragen. Het is de volledig gedisciplineerde persoon die anderen discipline kan bijbrengen. Jezelf beteugelen is inderdaad moeilijk.

Iemand is zijn eigen redder; wie anders kan dat zijn? Door jezelf goed te trainen, verkrijg je een redder die moeilijk te verkrijgen is.

Kwade daden worden door iemand zelf begaan, zij worden geboren uit hemzelf en voortgebracht door hemzelf. Door het kwaad wordt de onwijze geplet, zoals de diamant de hardste edelsteen plet.

Iemand met een zeer slecht gedrag, doet zichzelf aan wat zijn vijanden hem wensen, precies zoals de Maluva klimplant een Sala boom verstikt.

Wat slecht en schadelijk is voor jezelf, is makkelijk te doen. Maar wat goed en voordelig is, dat is bijzonder moeilijk om te doen.

Een onwetend persoon die vanwege verkeerde inzichten de weg verspert naar het onderwijs van de arahats, van edele personen die een rechtvaardig leven leiden—zijn daad is als de vruchten van de bamboe welke tot zelfvernietiging strekken.

Door iemand zelf worden kwade daden begaan, iemand bezoedelt zichzelf. Door iemand zelf worden geen kwade daden begaan, iemand zuivert zichzelf. Zuiverheid en onzuiverheid is afhankelijk van iemand zelf. Niemand kan een ander zuiveren.

Laat iemand niet het welzijn van anderen verwaarlozen, hoe groot dat ook is. Maar men moet zich vooral bewust zijn van zijn eigen welzijn en daar aandacht aan besteden.

De wereld

Ontwikkel geen verkeerde manier van leven, leid geen onoplettend leven. Buig niet af naar verkeerde inzichten, wees geen wereldaanhanger.

Ontwaak tot de realiteit, wees niet begoocheld. Leef correct volgens de Dhamma. Iemand die realistisch leeft, is gelukkig in deze wereld en in de volgende.

Beoefen op correcte wijze de Dhamma, houd geen slechte koersen aan. Iemand die realistisch leeft, is gelukkig in deze wereld en in de volgende.

Precies zoals in een luchtbel een luchtspiegeling wordt gezien, zo moet de wereld worden gezien. Als je de dingen zo bekijkt, dan zal de koning van de dood je niet zien.

Kom, zie deze wereld als een gedecoreerd koninklijk rijtuig waar dwazen voor hun gemak op leunen. Zij die de realiteit gewaar zijn, hechten er niet aan.

Wie voorheen begoocheld was, maar later ontgoocheld, verlicht deze wereld zoals de maan wanneer die bevrijd wordt van donkere wolken.

Iemand die zijn slechte daden met goede daden compenseert, verlicht deze wereld zoals de maan wanneer die bevrijd wordt van donkere wolken.

Deze wereldse mensen zijn blind. Slechts weinigen zijn capabel om goed te zien. Zoals slechts weinig vogels ontsnappen aan een net, zo zijn er slechts enkelen die naar zegenrijke sferen gaan.

Zwanen vliegen in het pad van de zon. Zij met psychische krachten gaan door de lucht, na Mara en zijn leger te hebben overwonnen. De wijzen bewegen zich van de wereld.

Iemand die niet waarheidsgetrouw is, iemand die leugens spreekt, iemand die andere werelden ontkent; voor hem is er geen kwaad waartoe hij niet in staat is.

Vrekken gaan niet naar de hemelse sferen, dwazen juichen grootmoedigheid nooit toe, maar iemand met wijsheid verheugt zich daarover bij het geven en zal gelukkig zijn in toekomstige levens.

Om de enige koning over de hele aarde te zijn; dan verder naar de hemelse sferen gaan; dan heerschappij over alle werelden hebben. Maar de vruchten van de in de stroom getredene is veel beter.

De Boeddha

De Boeddha, die geen spoor achterlaat, wiens gezichtsveld onbegrensd is; zijn overwinning kan door niemand in deze wereld ooit ongedaan gemaakt worden. Geen enkele andere bezoedelingen zullen volgen. Via welk pad denk je hem dan nog te kunnen verleiden?

De Boeddha, die geen spoor achterlaat, wiens gezichtsveld onbegrensd is; in hem is geen gevangennemende, vergiftigachtige begeerte die iemand op een dwaalspoor zet. Via welk pad denk je hem dan nog te kunnen verleiden?

De edelen zijn altijd meditatief, zij vinden vreugde in de kalmte van verzaking. Die perfecte Boeddha's zijn altijd waakzaam. Zelfs de deva's vereren hen.

Menselijke geboorte is moeilijk te verkrijgen. Het leven van stervelingen is moeilijk. Moeilijk en zeldzaam is het om de Dhamma te horen. Zeldzaam is de verschijning van Boeddha's.

Het vermijden van al het kwaad, altijd het goede doen en de eigen geest zuiveren; dit is de Leer van alle Boeddha's.

Voortdurende verdraagzaamheid is de hoogste ascese. “Nibbana is het hoogste”, zeggen de Boeddha's. Iemand die anderen pijn doet is geen ware monnik, noch een ware verzaker wanneer hij anderen kleineert.

Niet verachten, geen pijn doen, beheerst zijn overeenkomstig de kloosterlijke discipline, matigheid in voedsel en het streven met een verheven geest; dit is de Leer van alle Boeddha's.

Zintuiglijke geneugten zijn zelfs niet door een regen van goud te verzadigen; zintuiglijke begeerten zijn lijden, een beetje genot. Zo wordt dat door een wijs persoon beschouwd.

Zelfs in hemelse geneugten vindt hij geen genoegen; de leerling van de Volmaakt Verlichte vindt alleen genoegen in het einde van begeerten.

Men zoekt velerlei toevluchtsoorden zoals heuvels, wouden, heilige bomen; naar kloosters en naar tempels gaan zij, volk dat door angst wordt gefolterd.

Maar zo'n toevlucht is niet een veilige, zo'n toevlucht is niet de beste. Men is niet vrij van lijden, zolang er naar zo'n toevlucht gegaan wordt.

Maar als men de toevlucht in de Boeddha neemt, in de Dhamma en ook in de Sangha, dan ziet men met perfecte wijsheid de Vier Edele Waarheden, (namelijk):

Lijden, het oorzakelijk ontstaan, de opheffing van lijden, en het Edele Achtvoudige Pad dat het lijden tot bedaren brengt.

Zulk een toevlucht is veilig, zulk een toevlucht is de beste. Men is vrij van lijden, wanneer men zo'n toevlucht neemt.

Een edel wezen onder de mensheid is zeldzaam en wordt niet overal geboren. De familie waarin zulk een edel en wijs mens wordt geboren, zal gelukkig zijn.

Geluk is de geboorte van Boeddha's, geluk is het verkondigen van de ware Leer, geluk is de harmonieuze Sangha en geluk is hun religieus oefenen.

Wie eerbied betuigt aan hen die eerbiedwaardig zijn, namelijk de Boeddha's en hun discipelen die dieper kijken dan de gewone mens, die voorbij verdriet en weeklagen zijn (...),

(...) als iemand aan hen eerbied betuigt die onverstoorbaar zijn en (hijzelf) vrij van angst is, dan kunnen van hem zijn verdiensten niet gemeten worden.

Geluk

Wij, die niet haten, leven gelukkig temidden van hen die haten. Onder hatende mensen leven wij vrij van haat.

Wij, die gezond zijn, leven gelukkig temidden van hen die ziek zijn. Onder zieke mensen leven wij vrij van ziekten.

Wij, die vrij van waanzinnigheid zijn, leven gelukkig temidden van hen die waanzinnig zijn. Onder waanzinnige mensen leven wij vrij van waanzinnigheid.

Wij, die niets bezitten, leven inderdaad gelukkig. Onszelf voedend met geluk zijn wij als de Abhassara deva's.

Overwinning geeft aanleiding tot haat, want zij die verslagen zijn verblijven in ellende. De kalme persoon verblijft in geluk omdat hij boven overwinning en verslagen zijn uitgestegen is.

Er is geen vuur als begeerte, geen misdaad als haat, geen lijden als de aggregaten, geen geluk dan de hoogste vrede.

Honger is de ergste ziekte, samengestelde dingen zijn het grootste lijden. Dit realistisch begrip is het hoogste geluk, hetgeen Nibbana is.

Gezondheid is het beste bezit, tevredenheid het hoogste van alle weelde, de besten onder je relaties zijn zij die betrouwbaar zijn, Nibbana is het hoogste geluk.

Nadat hij de smaak van afzondering heeft geproefd en ook de verheven kalmte ervaren heeft hetgeen het resultaat is van de afwezigheid van bezoedelingen—drinkt iemand de vreugde van de Dhamma.

Het zien van de edelen is goed. Met hen te leven strekt altijd tot geluk. Door nooit dwazen te zien is iemand altijd gelukkig.

Wie zich beweegt in het gezelschap van dwazen, kan een lange periode van verdriet tegemoet zien. Het samenzijn met dwazen, is als een leven met de vijand. Maar met de wijzen zijn, dat is als de gelukkige ontmoeting met je eigen volk.

Ga daarom om met de wijzen, zij die over wijsheid beschikken, die goed geleerd zijn, die standvastig zijn in deugdzaamheid. Zulke edele personen wiens geluid eerlijk is, dien je te volgen—net zoals de maan het pad van de sterren volgt.

Geliefd

Men is betrokken in datgene wat verkeerd is en niet betrokken in datgene wat goed is. Iemand die aldus nalatig is in wat gedaan zou moeten worden, richt zich alleen op datgene wat bij hem geliefd is. Hij benijdt hen die geen betrokkenheid met het zelf hebben.

Ga nooit te intiem om met geliefden, noch met hen die niet geliefd zijn. Want zowel het niet zien van geliefden als het zien van onaangename personen, is lijden.

Daarom moet iemand geen geliefden hebben, want de scheiding van geliefden is pijnlijk. In hem die noch geliefden noch niet-geliefden heeft, worden geen banden van bezoedelingen aangetroffen.

Uit geliefden ontstaat verdriet; uit geliefden ontstaat vrees. Voor hem die geen geliefden heeft, bestaat er geen verdriet. Vanwaar dan nog vrees?

Uit genegenheid ontstaat verdriet; uit genegenheid ontstaat vrees. Voor hem die vrij is van genegenheid bestaat er geen verdriet. Vanwaar dan nog vrees?

Uit gehechtheid ontstaat verdriet; uit gehechtheid ontstaat vrees. Voor hem die niet gehecht is, bestaat er geen verdriet. Vanwaar dan nog vrees?

Uit zintuiglijk verlangen ontstaat verdriet; uit zintuiglijk verlangen ontstaat vrees. Voor hem die geen zintuiglijk verlangen heeft, bestaat er geen verdriet. Vanwaar dan nog vrees?

Uit begeerte ontstaat verdriet; uit begeerte ontstaat vrees. Voor hem die vrij is van begeerte bestaat er geen verdriet. Vanwaar dan nog vrees?

Perfect in deugdzaamheid en inzicht, goed gevestigd in de Dhamma en waarheidlievend. Hij let op zijn eigen daden. Zulk iemand is geliefd bij de mensen.

Iemand met het verlangen naar het Ongedefinieerde, heeft (Nibbana) reeds aangeraakt en is niet gebonden aan zintuiglijke verlangens. Zo iemand wordt een “tegen de stroom in gebondene” genoemd.

Als iemand veilig thuiskomt nadat hij voor lange tijd ver van huis is geweest, dan verheugen zijn vrienden, zij die hem geluk wensen en ook zijn verwanten zich in zijn veilige terugkeer.

Als verdienstelijke daden zijn verricht en men van deze wereld naar de andere wereld gaat, dan verwelkomen die verdiensten iemand daar op dezelfde manier zoals verwanten een geliefde ontvangen die van een lange reis terugkeert.

Boosheid

Geef boosheid en eigendunk volledig op. Bevrijd je van alle banden. Waar geen gehechtheid is aan geest en lichaam is, daar is geen lijden.

Hij die opkomende boosheid beheerst zoals een in het wilde weg voortbewegend rijtuig onder controle gehouden wordt, zo iemand noem ik een echte wagenmenner. De andere soort houdt slechts de teugels vast.

Met vriendelijkheid wordt een boos persoon overwonnen, met goedheid wordt een slecht persoon overwonnen, met vrijgevigheid wordt de gierige overwonnen, met waarheid de leugenaar.

Spreek de waarheid, wordt niet boos, door slechts een beetje te geven wanneer daar om gevraagd wordt. Vanwege deze drie factoren bereik je de deva's.

Zulke geweldloze wijzen, die het lichaam beheersen, komen tot de Onsterfelijke Staat, waar zij, eenmaal daar aangekomen, vrij zijn van lijden.

Bij hen die altijd oplettend zijn en dag en nacht trainen met de bedoeling Nibbana te verwerkelijken, verwelken de bezoedelingen.

Er is een oud gezegde, Atula, dat niet alleen vandaag de dag verteld wordt:—“Zij die zwijgen worden berispt, zij die veel spreken worden ook berispt, en berispt worden zij die matig spreken.”—Er is niemand in de wereld die niet berispt wordt.

Er was nooit, en er zal nooit zijn, noch is er heden een persoon in de wereld, die enkel berispt wordt of iemand die enkel geprezen wordt.

Maar zij die intelligent zijn prijzen iemand die vlekkeloos in het gedrag is,—de wijze, die in wijsheid en deugd goed gevestigd is,—na hem dag in dag uit gade te hebben geslagen.

Maar wie kan hem berispen, hij die zo zuiver is als een goudstuk uit de rivier de Jambu? Zelfs de deva's prijzen hem, ook wordt hij geprezen door Brahma.

Bewaak jezelf ten opzichten van lichamelijke emoties. Wees goed beheerst in het lichaam. Na lichamelijk wangedrag opgegeven te hebben, behoort iemand zich te oefenen in het goede lichamelijke gedrag.

Bewaak jezelf ten opzichten van verbale emoties. Wees goed beheerst in het spreken. Na verbaal wangedrag opgegeven te hebben, behoort iemand zich te oefenen in het goede verbale gedrag.

Bewaak jezelf ten opzichten van mentale emoties. Wees goed beheerst in de geest. Na mentaal wangedrag opgegeven te hebben, behoort iemand zich te oefenen in het goede mentale gedrag.

De wijzen zijn beheerst in het lichaam, beheerst in de spraak en ook beheerst in de geest. De wijzen zijn volledig beheerst.

Onreinheden

Je bent nu zoals een uitgedroogd blad, je bent in de macht van de dood; je staat nu op de drempel van de dood, nochtans heb je geen proviand voor onderweg.

Maak van jezelf een eiland! Streef met grote vastberadenheid en wordt wijs! Bevrijd van onzuiverheden en hartstochtloos, zul je de hemelse sfeer van de Edelen binnengaan.

Het einde van je leven nadert, je bent nu binnen het bereik van de Koning van de Dood gekomen; langs het pad is er geen enkele plaats voor je om te rusten, nochtans heb je geen proviand voor onderweg.

Maak van jezelf een eiland! Maak voort en wordt wijs! Bevrijd van onzuiverheden en hartstochtloos, zul je niet meer tot geboorte en ouderdom komen.

Beetje bij beetje en keer op keer, verwijderen wijze personen hun eigen bezoedelingen zoals een smid dat doet met zilver.

Roest dat uit ijzer is ontstaan, vreet het ijzer zelf weg. Op dezelfde wijze leiden iemands eigen grensoverschrijdende daden hem naar een staat van ellende.

Voor mondelinge traditie is het niet reciteren de roest. Voor huizen zijn de futloze inwonenden de roest. Voor het uiterlijk is onverzorgdheid de roest. Voor een schildwacht is onoplettendheid de roest.

Voor vrouwen is slecht gedrag de smet. Voor vrijgevige personen is gierigheid de smet. Kwade daden zijn een smet in zowel deze als in de volgende wereld.

Boven al deze bezoedelingen uit, is onwetendheid de meest erge bezoedeling. Monniken! Bevrijd je van deze bezoedeling en wordt vlekkeloos!

Voor een schaamteloos iemand is het leven gemakkelijk. Hij is zo sluw en arrogant als een kraai. Daarnaast is hij een lasteraar, een gladde jongen, en onbetrouwbaar. Deze persoon is volkomen bezoedeld.

Moeilijk is het leven van de bescheiden persoon. Hij, die altijd streeft naar zuiverheid, die niet gehecht is, die niet listig en niet schaamteloos is, die een zuiver leven leidt en vol inzicht is.

Wie in de wereld leven vernietigt, wie woorden van onwaarheid spreekt, wie neemt wat niet vrijwillig is gegeven of naar de partner van iemand anders gaat, (...)

(...) of bedwelmende drank drinkt; hij die dit uitbundig volgt, vernietigt reeds in deze wereld zijn eigen wortel.

Daarom, mens, moet je dit weten: kwade daden zijn moeilijk te beteugelen. Laat hebzucht en slechtheid je niet naar beneden halen zodat je voor lange tijd zult lijden.

Mensen geven naar gelang hun geloof en naar gelang hun vreugde. Als iemand jaloers is op anderen vanwege het verkregen voedsel en drinken, dan zal hij dag en nacht geen geconcentreerde geest hebben.

Maar wie deze jaloezie volledig heeft vernietigd, helemaal heeft uitgeroeid, zal ongetwijfeld, dag en nacht een geconcentreerde geest hebben.

Er is geen vuur vergelijkbaar met hartstocht; er is geen wurggreep als haat; er is geen net als begoocheling; geen rivier te vergelijken met begeerte.

De fouten van anderen worden makkelijk gezien, maar het is moeilijk om die van jezelf te zien. En zo schudt iemand de fouten van andere mensen naar de hoogte zoals het kaf; de eigen fouten verbergt men zoals een vogelaar zichzelf camoufleert met bladeren en takken.

Wie altijd de fouten van anderen ziet, anderen belachelijk maakt en vol kritiek is, voor zulk iemand vermeerderen de bezoedelingen. Hij is verreweg van de vlekkeloze staat.

In de lucht is geen pad te bespeuren. Op dezelfde wijze zijn hierbuiten (het boeddhistische systeem) geen monniken te bespeuren. De massa is overmand door vele wereldse hindernissen. Tathagata's zijn vrij van al die hindernissen.

In de lucht is geen pad te bespeuren. Op dezelfde wijze zijn hierbuiten (het boeddhistische systeem) geen monniken te bespeuren. Niets dat geconditioneerd is, is eeuwig. De Boeddha is nooit opgewonden of ongerust.

Gevestigd in de Dhamma

Wie overhaast oordeelt is niet rechtvaardig. Een wijs persoon oordeelt pas nadat hij onderzocht heeft wat goed en wat verkeerd is.

Wie op anderen op onpartijdige wijze het recht toepast, met zorgvuldigheid, met rechtvaardigheid, die wijze bewaakt de Dhamma. Hij wordt “de in rechtvaardigheid gevestigde” genoemd.

Iemand is niet per definitie wijs doordat hij veel spreekt. Maar iemand die bevrijd is, iemand die niet haat, iemand die zonder angst is, zo iemand wordt terecht “een wijs persoon” genoemd.

Iemand is niet bedreven in de Dhamma door louter veel te spreken; maar iemand die er zelfs weinig over heeft gehoord maar die de Dhamma in het lichaam ziet, diegene is inderdaad kundig en niet onachtzaam in de Dhamma.

Een monnik kan grijze haren hebben, maar dat maakt hem nog geen ouderling; hij is slechts gerijpt in jaren. Hij wordt “vergeefs oud” genoemd.

In wie waarheid is en Dhamma, wie geweldloos is, beheerst en gedisciplineerd; hij die standvastig en vrij van bezoedelingen is. Zulk een wijs persoon wordt terecht “een ouderling” genoemd.

Een persoon is niet mooi vanwege zijn welbespraaktheid of vanwege zijn mooie uiterlijk zolang hij jaloers, hebzuchtig en bedrieglijk is.

Maar in wie deze (onzuiverheden) volkomen afgeworpen zijn, ontworteld zijn, volkomen vernietigd zijn, diegene wordt “mooi” genoemd; een wijs mens die gezuiverd is van haat.

Iemand wordt geen asceet vanwege een kaalgeschoren hoofd, zeker niet als hij liegt en geen discipline heeft. Hoe kan hij een asceet zijn wanner hij door hebzucht en zelfzuchtigheid in beslag genomen wordt?

Als iemand alle slechte daden, zowel kleine als grote, volledig heeft uitgeroeid, dan wordt hij terecht “samana” genoemd.

Iemand is geen monnik omdat hij bij anderen om aalmoezen bedelt. Door een afstotend geloof te omhelzen wordt iemand geen monnik.

Wie boven goede en slechte daden is uitgestegen en het heilige leven nastreeft, die de wereld op een wijze manier bespiegelt; zulk een persoon wordt terecht “bhikkhu” genoemd.

Door te zwijgen is iemand geen heilige zolang hij idioot en onwetend is. Maar een wijs persoon kiest voor wat goed is alsof hij (het goede en het slechte) met een weegschaal weegt.

Doordat iemand vrij is van het slechte, daarom is iemand een heilige. Hij die beide sferen (van goed en kwaad) begrijpt, die wordt terecht “muni” genoemd.

Door levende wezens te kwellen is iemand niet een edel mens. Maar door geen enkel levend wezen te kwellen, daarom wordt iemand “ariya” genoemd.

Niet door regels en rituelen, niet door veel leren, niet door meditatieve kalmte of door een leven te leiden in afzondering.

Monniken, zouden jullie tevreden zijn en denken: “Ik heb de zegen van verzaking, die niet door het gewone volk ervaren wordt, bereikt”, dan hebben jullie het einde van bezoedelingen nog niet bereikt.

Het Pad

Van de paden is het Achtvoudige Pad het allerbeste, van de waarheden de Vier Waarheden, van alle staten is onthechting de allerbeste, en onder de tweevoetigen de Ziener.

Dit is het pad, er is geen ander pad voor de zuivering van inzicht. Volg daarom dit pad om Mara volkomen te verbijsteren.

Ga dit pad op en je zult een einde aan lijden maken. Want nadat de pijlen van ellende waren uitgetrokken, is het pad door mij goed verkondigd.

Boeddha's verkondigen slechts het pad, maar jij bent degene die zich moet inspannen. De mediterenden die het pad bewandelen, raken volledig bevrijd van de banden van Mara.

Wanneer met wijsheid de vergankelijkheid van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

Wanneer met wijsheid het lijden van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

Wanneer met wijsheid het onwezenlijke van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

Wanneer het tijd is om inspanning te leveren maar men levert die inspanning niet; terwijl men jong en sterk is en desondanks toch sloom; als goede gedachten in de geest onderdrukt worden en men lui is: dan zal men het pad naar wijsheid niet vinden.

In spraak altijd waakzaam, met de geest goed beteugeld, nooit met het lichaam onheilzame daden begaan. Op deze manier zal iemand deze drie deuren van kamma zuiveren en de weg bereiken die door de zieners bekend is gemaakt.

Van meditatie ontspruit wijsheid; bij gebrek aan meditatie neemt wijsheid af. Dit tweevoudige pad kennende, dat toeneemt of afneemt, dient iemand zichzelf aan te sporen zodat zijn wijsheid toeneemt.

Monniken, kap het woud om maar niet de alleenstaande boom, want het is het woud en het struikgewas waar vanuit angst ontstaat. Na dit te hebben omgekapt zul je Nibbana bereiken.

Zolang er het struikgewas van bezoedelingen van de man naar de vrouw bestaat, zo lang is die man in zijn geest gehecht, precies zoals een kalf gehecht is aan de moederkoe.

Kap de gehechtheid voor jezelf af, zoals je met eigen hand een lelie plukt in de herfst. Cultiveer dit vreedzame pad dat naar Nibbana leidt, het pad dat door de Boeddha is onderwezen.

Hier zal ik de regentijd doorbrengen, hier de winter en hier de zomer; aldus denkt de dwaas. Hij realiseert zich niet het gevaar (dat de dood elk moment kan komen).

Zij die een gehechte geest hebben en hartstocht hebben naar kinderen en vee, worden door de dood gegrepen en meegenomen zoals een vloedgolf een slapend dorp meesleurt.

Noch zonen bieden bescherming, noch vader noch familie; wanneer iemand gegrepen wordt door de koning van de Dood, dan wordt er temidden van kennissen geen bescherming gevonden.

Laat de wijze, die dit feit begrepen heeft en door deugd goed bedwongen is, snel het pad vrijmaken dat naar Nibbana leidt.

Gemengd

Als iemand een groter geluk ziet in het opgeven van het kleiner geluk, dan moet de wijze het kleine geluk opgeven en het grote geluk goed onderscheiden.

Iemand die voor zichzelf naar geluk verlangt en anderen pijn aandoet, is verstrikt in het web van boosheid en daarom nooit vrij van boosheid.

Wat gedaan zou moeten worden wordt niet gedaan, en wat gedaan is zou niet gedaan moeten worden. De bezoedelingen (asava) van hen die trots en onoplettend zijn nemen altijd toe.

Maar zij die altijd goed de indachtigheid van het lichaam beoefenen, doen nooit wat niet gedaan zou moeten worden en doen altijd wat gedaan zou moeten worden. Want voor hen die indachtig zijn, zij die volledig gewaar zijn, verdwijnen de bezoedelingen (asava).

Na moeder en vader te hebben vermoord en daarna twee krijgskoningen, zo ook een koninkrijk met haar schatbewaarder, reist iemand onvatbaar, een waar brahmaan.

Na moeder en vader te hebben vermoord en daarna twee geleerde koningen, zo ook de vijf wrede tijgers, reist iemand onvatbaar, een waar brahmaan.

Goed ontwaakt, zijn de discipelen van Gotama altijd waakzaam. Hun geest is voortdurend, dag en nacht, geconcentreerd op de Boeddha.

Goed ontwaakt, zijn de discipelen van Gotama altijd waakzaam. Hun geest is voortdurend, dag en nacht, geconcentreerd op de Dhamma.

Goed ontwaakt, zijn de discipelen van Gotama altijd waakzaam. Hun geest is voortdurend, dag en nacht, geconcentreerd op de Sangha.

Goed ontwaakt, zijn de discipelen van Gotama altijd waakzaam. Hun geest is voortdurend, dag en nacht, geconcentreerd op (de voorbijgaande aard van) het lichaam.

Goed ontwaakt, zijn de discipelen van Gotama altijd waakzaam. Hun geest is voortdurend, dag en nacht, in de deugd van geweldloosheid.

Goed ontwaakt, zijn de discipelen van Gotama altijd waakzaam. Hun geest verheugt zich, dag en nacht, in meditatie.

Moeilijk is het leven van een monnik, moeilijk is het om daar vreugde in te vinden. Moeilijk is ook het huiselijke leven, ook dat is dukkha. Eveneens is het dukkha om te leven met hen die verschillend van karakter zijn. Dukkha achtervolgt ook de zwerver (in samsara). Ben daarom geen zwerver; ben niet iemand die onderhevig is aan dukkha.

Wie vol van geloof en deugdzaamheid is, begiftigd met rijkdom en vermaardheid, wordt overal geëerd, waarheen hij ook gaat.

Zoals de Himalaya, zo worden zij die kalm van geest zijn, zelfs van grote afstand gezien, maar de slechten worden niet gezien; zij zijn als pijlen die in de nacht zijn afgeschoten.

Iemand zit alleen, iemand ligt alleen, iemand loopt onvermoeibaar, in afzondering traint iemand zichzelf. Daarom vind iemand vreugde door alleen in het woud te leven.

De hel

Iemand die de waarheid ontkent en iemand die iets gedaan heeft en zegt: “Dat heb ik niet gedaan”, gaan naar de hel (niraya). Na de dood vergaat het beide typen personen, die deze slechte daden verrichten, hetzelfde.

Velen die het gele gewaad dragen, zijn onbeheerst en doen slechte dingen; deze slechteriken worden door hun slechte daden in de hel wedergeboren.

Het is beter om een roodgloeiende ijzeren bal te eten dan dat men het voedsel zou moeten eten dat door de mensen is gegeven terwijl men zonder moraliteit en onbeheerst is.

Vier dingen overkomen een achteloos persoon die slaapt met iemand die (met iemand anders) gehuwd is: hij wint aan zonde maar schiet tekort in slaap, het derde is ongenade, terwijl het vierde de hel (niraya) is.

Zonde verkregen en slechte geboorte, schrikt man en vrouw—kort is hun vreugde, de koning beveelt een zware straf: daarom moet men niet slapen met iemand die gehuwd is.

Zoals kusa gras de hand verwondt wanneer het verkeerd vastgegrepen wordt, zo trekt een verkeerd gehanteerd kloosterleven iemand de hel (niraya) in.

Het kan zijn dat daden niet van harte worden uitgevoerd, dat het doen van geloften onzuiver is, dat het heilige leven op een dubieuze wijze geleid wordt. Dit alles brengt geen goede resultaten voort.

Als er iets is dat gedaan moet worden, doe het dan met grote standvastigheid, want een slap kloosterleven doet in werkelijkheid het stof alleen maar verder toenemen.

Het is beter om geen kwade daad te begaan, want de kwade daad doet later pijn. Het is beter om een goede daad te begaan, want als een goede daad is begaan, krijgt men daar nooit berouw over.

Zoals een grensdorp aan zowel de binnenkant als de buitenkant bewaakt wordt, zo moeten ook jullie jezelf beschermen. Laat het juiste moment niet zomaar aan je voorbij gaan, want zij die het juiste moment missen, komen tot ellende doordat zij zichzelf naar de hel (niraya) zenden.

Zij schamen zich waar men zich niet voor hoeft te schamen, maar waar men zich voor dient te schamen, daar schamen zij zich niet voor. Zo gaan wezens, door het verkeerde inzicht te omhelzen, naar ellendige staten (niraya).

Zij vrezen datgene waar men geen vrees voor hoeft te hebben, maar wat men zou moeten vrezen, daar hebben zij geen vrees voor. Zo gaan wezens, door het verkeerde inzicht te omhelzen, naar ellendige staten (niraya).

Men ziet het verkeerde in wat niet verkeerd is, maar wat werkelijk verkeerd is, dat ziet men niet als het verkeerde. Zo gaan wezens, door het verkeerde inzicht te omhelzen, naar ellendige staten (niraya).

Het verkeerde wordt gezien als het verkeerde; ook weten zij wat niet verkeerd is. Zo gaan wezens, door het juiste inzicht te omhelzen, naar gelukkige staten.

De groten

Veel mensen zijn van slecht gedrag, maar ik zal hun beledigende woorden die de fatsoensnormen ver overschrijden, verdragen zoals een olifant op het strijdveld de pijlen verdraagt die van een boog zijn afgeschoten.

Het is het gedisciplineerde dier dat naar de menigte wordt geleid; de koning bestijgt dat dier. De edelste onder de mensen zijn de beteugelden die beledigende woorden verdragen.

Muilezels zijn uitstekend als ze getemd zijn. Sindhu volbloeden zijn de voortreffelijke onder de paarden. Van de grote olifanten zijn de olifanten van het Kunjara ras de edelste. Maar de allerbeste is de persoon die zichzelf getraind heeft.

Iemand bereikt zeker niet op dit soort transport het Onbezochte Gebied zoals iemand dat doet die zichzelf goed beteugeld heeft, maar reeds reist vanwege het beteugelen.

Het is moeilijk om de olifant Dhanapala in diepe bronst in bedwang te houden, ook al is hij vastgeketend. Hij eet zelfs geen hap omdat hij naar het olifantenwoud verlangt.

Een verdwaasde luiaard die vraatzuchtig is, die door slaap in beslag genomen is, die zich rolt als hij ligt zoals een groot varken dat helemaal verstopt zit, volgepropt met voedsel, komt steeds weer terug in de baarmoeder.

Voorheen zwierf deze verdwaalde geest zoals hij het wilde, waarheen hij wilde, waar de zintuiglijke plezieren hem heen leidde. Maar nu zal ik hem wijselijk beteugelen zoals een trainer dat met zijn stok doet bij een olifant in de bronst.

Vind vreugde in oplettendheid en bewaak jullie geest goed! Went jezelf van het kwade pad zoals een olifant die in de modder is gezakt.

Als je voor training een metgezel vindt, die deugdzaam en wijs is, leef dan met hem. Want zo kun je een gelukkig en indachtig leven leiden en alle gevaren overwinnen.

Als je voor training geen metgezel vindt, die deugdzaam en wijs is, leef dan alleen zoals een koning die zijn veroverde land achterlaat of zoals de olifant Matanga die alleen in het wild leeft.

Het is beter om alleen te leven, want met een dwaas is er geen kameraadschap. Doe geen kwaad, ben vrij van zorgen. Leef alleen zoals de olifant Matanga in het wild.

Het is een zegening als je vrienden hebt wanneer je in nood verkeert. Als je met weinig tevreden bent, is dat een zegening voor je. Als je verdienstelijke daden hebt verricht is dat een zegening wanneer het einde van je leven nadert. Het achterlaten van al het lijden is een zegening.

Respect voor de moeder brengt zegening in deze wereld, evenals respect voor de vader. In deze wereld komt zegening door de monniken te respecteren en hen die bijzonder deugdzaam zijn (de Arahat's).

Het beoefenen van deugdzaamheid tot op hoge leeftijd is een zegening. Het is een zegening wanneer het zelfvertrouwen zeer stabiel is. Een zegening is het wanneer ware wijsheid is verworven. Een zegening is het vermijden van kwade daden.

Begeerte

De begeerte van een onoplettend mens groeit zoals de Maluva kruipplant die bomen vernietigt. Zo springt iemand van het ene leven naar het andere, precies zoals een aap die in het woud naar fruit zoekt.

Wie dan ook in de wereld door deze lage en giftige begeerte overmand is, voor zulk iemand groeit het verdriet zoals het Birana gras nadat het herhaaldelijk aan regen is blootgesteld.

Maar wie dan ook in de wereld deze lage begeerte die moeilijk te overwinnen is, overwint, van zulk iemand valt het verdriet af zoals waterdruppels van een lotusblad afglijden.

Ik zeg, dat er voorspoed is voor u allen die hier vergaderd zijn! Wanneer u de zoete wortels van het Usira gras nodig hebt, graaf dan eerst de wortel van begeerte op. Laat Mara u niet keer op keer breken zoals een krachtige stroom een rietstengel!

Zoals een boom die omgekapt is weer aangroeit als zijn wortels sterk en onaangetast zijn, zo groeit dit lijden als de verborgen sporen van begeerte niet geheel ontworteld zijn.

In wie de zesendertig rivieren zo krachtig stromen naar het aantrekkelijke van de geest, spoelen stromen van wellustige gedachten de persoon met zo'n verkeerd inzicht weg.

Deze rivieren stromen overal en als gevolg daarvan ontstaan er kruipplanten die zich stevig verankeren. Wanneer de kruipplant wordt gezien, kap dan met wijsheid zijn wortel door!

In mensen stroomt begeerte naar aangename dingen. Zij zijn doordrenkt met sensualiteit en jagen het geluk (daarin) na. Zulke mensen gaan steeds van geboorte naar ouderdom.

De massa die omringd is door begeerte, zit in de val. Zij beven zoals een haas in een strik. Zo lang zij stevig worden vastgehouden door ketenen en banden, zo lang zijn zij aan het lijden gebonden.

De massa die omringd is door begeerte, zit in de val. Zij beven zoals een haas in een strik. Laat daarom de bhikkhu wiens doel is om vrij van hartstochten te zijn, begeerte beteugelen.

Hij is vrij van het woud van begeerte. Hij verheugt zich in het woud, maar rent naar datzelfde woud van begeerte terug. Kom, aanschouw nu die persoon die vrij is en naar banden terugkeert.

De wijzen zeggen dat een keten van ijzer, van hout, of van hennep, niet zo sterk is, als de sterke gehechtheid aan zonen, vrouwen, juwelen en sieraden.

Dat is een sterke keten, zo zeggen de wijzen. Het trekt je naar beneden. En hoewel de knoop niet zo stevig is, is het moeilijk om je ervan te bevrijden. Met het opgeven van deze zintuiglijke plezieren, verlaten de wijzen het huiselijke leven en worden monniken.

Verstrikt in de hartstocht die zij zelf hebben voortgebracht vallen zij terug in de stroom (van begeerte) zoals een spin in een zelf gesponnen web. Met het opgeven van deze zintuiglijke plezieren, gaan de wijzen steevast door en verlaten al het lijden.

Laat het verleden los, laat de toekomst los, laat het heden los; ga voorbij elke vorm van bestaan. Met de geest bevrijd in elk opzicht, zul je niet meer tot geboorte en ouderdom komen.

Voor iemand wiens gedachten overstelpt zijn, iemand die zijn felle hartstochten de zintuiglijke geneugten als het zuivere beschouwen; voor zulk iemand zal begeerte meer en meer toenemen. Zo iemand maakt de banden sterker.

Maar wie vreugde vindt in het kalmeren van de gedachten, wie altijd indachtig is en het onzuivere beschouwt; hij is degene die begeerte zal uitroeien en de banden van Mara zal doorkappen.

Iemand die het doel bereikt heeft, die zonder vrees is, die zonder begeerte is en vrij van bezoedelingen is; hij heeft de doornen van het bestaan uitgetrokken. Dit is zijn allerlaatste bestaansvorm.

Iemand die vrij van begeerte is, die vrij van hechten is, die vaardig is in etymologie en gebruiken. Hij kent de opeenvolging van wat eerst en wat daarna komt. Zo iemand die zeer wijs is, wordt “een groot persoon” genoemd.

Ik ben voorbij elke vorm van bestaan, het is mij allemaal bekend, ik ben van alle dingen onthecht, ik heb alles opgegeven en ik ben bevrijd door het uitrukken van alle begeerte. Ik heb de hogere kennis helemaal door mijzelf gerealiseerd. Wie zou ik aanwijzen als mijn leraar?

De gave van de Dhamma overtreft alle gaven; de smaak van de Dhamma overtreft alle smaken; de vreugde van de Dhamma overtreft alle vreugden; het uitroeien van begeerte overwint alle lijden.

Weelde vernietigt de dwaas, maar het kan niet diegenen vernietigen die op zoek is naar de Andere Zijde. Vanwege begeerte naar weelde vernietigt de dwaas zichzelf alsof hij anderen vernietigt.

Onkruid is het verderf voor de velden; de gewone mens heeft hartstocht als zijn verderf. Vandaar dat offergaven aan hen die zonder hartstocht zijn, goede gevolgen voortbrengen.

Onkruid is het verderf voor de velden; de gewone mens heeft haat als zijn verderf. Vandaar dat offergaven aan hen die zonder haat zijn, goede gevolgen voortbrengen.

Onkruid is het verderf voor de velden; de gewone mens heeft onwetendheid als zijn verderf. Vandaar dat offergaven aan hen die zonder onwetendheid zijn, goede gevolgen voortbrengen.

Onkruid is het verderf voor de velden; de gewone mens heeft hebzucht als zijn verderf. Vandaar dat offergaven aan hen die zonder hebzucht zijn, goede gevolgen voortbrengen.

De monnik

Omtrent het oog is het goed om discipline te hebben; goed is het om discipline te hebben omtrent het oor; omtrent de neus is het goed om discipline te hebben; goed is het om discipline te hebben omtrent de tong.

Omtrent het lichaam is het goed om discipline te hebben; goed is het om discipline te hebben omtrent de spraak; omtrent de geest is het goed om discipline te hebben; goed is het om in alles gedisciplineerd te zijn. De monnik die in alles gedisciplineerd is, is vrij van al het lijden.

Wie zijn handen beheerst, wie zijn voeten beheerst, beheerst is in spraak, wie volledig beheerst is, wie vreugde beleeft in de beoefening van zijn object van meditatie, wie kalm is, in afzondering leeft en wie tevreden is; diegene wordt een monnik genoemd.

De monnik die controle heeft over zijn mond, die matig spreekt en niet trots is, die de betekenis van de Dhamma uiteen kan zetten; zijn woorden zijn altijd zoet.

Hij die van de Dhamma zijn woning heeft gemaakt, die vreugde beleeft in de Dhamma, die herhaaldelijk de Dhamma overdenkt en de Dhamma altijd indachtig is; die monnik zal niet van de Ware Dhamma afdwalen.

Men moet wat is gegeven niet minachten. Verwacht ook niet iets te krijgen van wat anderen ontvangen hebben. De monnik die jaloers is op anderen, bereikt geen kalmte van geest.

De monnik minacht zijn ontvangsten niet, ondanks dat hij weinig ontvangt. Hij leidt een zuiver leven en is onvermoeibaar; zelfs de deva's prijzen hem.

Hij, in wie niet de “ik” gedachte opkomt met betrekking tot het mentale en lichamelijke, hij die niet treurt om wat er in werkelijkheid niet is; die persoon wordt terecht “monnik” genoemd.

De monnik die vol liefdevolle vriendelijkheid is, die vertrouwen heeft in de Leer van de Boeddha, zal een vredige staat (Nibbana) bereiken; het geluk dat ontstaat vanwege het tot rust brengen van het geconditioneerde.

Monnik, ledig je boot. Wanneer hij leeg is zal hij snel varen. Nadat je hartstocht en haat afgeworpen hebt, zul je Nibbana bereiken.

Vijf doorgekapt en vijf verzaakt. Vervolgens vijf ontwikkeld en van vijf gehechtheden bevrijd. Zulk een monnik wordt beschreven als “iemand die de rivier is overgestoken”.

Mediteer, monnik! Wees niet onoplettend! Laat je geest niet in zintuiglijke geneugten ronddwalen! Slik in je onoplettendheid niet een brandende ijzeren bal in, en jammer dan niet: “Dit is pijnlijk!”

Voor iemand zonder wijsheid is er geen meditatie; voor iemand zonder meditatie is er geen wijsheid. Maar de persoon die over beide kwaliteiten beschikt is dicht bij Nibbana.

De monnik die naar een rustige plaats gaat, die vredig in de geest is, die inzicht heeft in de dingen zoals ze zijn; zijn geluk is bij gewone mensen onbekend.

Wanneer hij met juiste indachtigheid het komen en gaan van de aggregaten beschouwt, ervaart hij vreugde en geluk; voor hen die het kennen is dit het doodloze.

Hier is inderdaad het startpunt voor de monnik die wijs is: controle over de zintuigen, tevredenheid, beheerst in overeenstemming met de Disciplinaire Code. Hij is in gezelschap van edele vrienden die een zuiver leven leiden en scherpzinnig zijn.

Iemand moet hartelijk zijn en bekwaam zijn in goed gedrag. Hierdoor wint men een hoog geluk dat naar het einde van lijden voert.

Zoals de jasmijn al zijn verwelkte bloemen van zich afwerpt, zo monniken, moeten jullie begeerte en haat van je afwerpen.

Gekalmeerd in het lichaam, gekalmeerd in de spraak, gekalmeerd en goed geconcentreerd in de geest; nadat hij de verlokkingen van de wereld heeft opgegeven, wordt hij terecht “de gekalmeerde” genoemd.

Jijzelf moet jezelf aanzetten! Jijzelf moet jezelf leren kennen! Zo monnik, door aandachtig te zijn en jezelf te bewaken, zul je gelukkig leven.

Iemand is zijn eigen redder, iemand is zijn eigen gids. Daarom moet je jezelf goed in de gaten houden, precies zoals een koopman dat doet bij een kostbaar paard.

Die monnik die vol geluk is, die vertrouwen heeft in de Leer van de Boeddha, zal een vredige staat (Nibbana) bereiken; het geluk dat ontstaat vanwege het tot rust brengen van het geconditioneerde.

Ook een jonge monnik die streeft in de Leer van de Boeddha, verlicht deze wereld zoals de maan wanneer die bevrijd wordt van donkere wolken.

De brahmaan

Brahmaan, oefen flink en kap de stroom door; verwerp zintuiglijke hartstochten. Wanneer je het einde van geconditioneerde dingen kent, dan brahmaan, ben je een kenner van het Ongeschapene.

Wanneer een brahmaan voorbij de twee dingen is gegaan, verdwijnen alle banden in “hem die weet” volledig.

In wie ver weg of dichtbij, of in wie ver weg en dichtbij niet gevonden wordt; iemand die vrij van angst is en ongebonden is; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Die meditatief is, die vlekkeloos en geconcentreerd is, wiens werk erop zit, die vrij van bezoedelingen is, die het allerhoogste doel heeft bereikt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

De zon straalt overdag, de maan verlicht “s nachts, de krijger glanst in zijn pantserbekleding, de brahmaan straalt in zijn meditatie. Maar de Boeddha schittert de gehele dag en ook de gehele nacht.

Omdat hij bevrijd is van het kwade wordt hij “brahmaan” genoemd; omdat hij edel van gedrag is, wordt hij “heilige” genoemd; omdat hij zichzelf ontdaan heeft van al zijn onzuiverheden, wordt een persoon een “verzaker” genoemd.

Men moet een brahmaan niet slaan; een brahmaan moet daarentegen geen kwaadwilligheid vertonen. Hij die een brahmaan slaat moet zich schamen; hij die vanwege dat feit boos wordt, des te meer.

Voor een brahmaan is het geen gering voordeel wanneer hij zich verre houdt van wat in zijn geest als geliefd opkomt. Hoe meer de gewelddadige geest afneemt, in zoverre neemt het lijden af.

Wie geen verkeerde dingen doet via het lichaam, via de spraak en via de geest; iemand die in deze drie gebieden beheerst is, hij is degene die ik een brahmaan noem.

Als iemand de Dhamma die door de Universele Boeddha is onderwezen, van een leraar leert, dan moet iemand die leraar net zo eren zoals een brahmaan zijn heilige vuur vereert.

Iemand is geen brahmaan vanwege zijn geklitte haar, vanwege zijn familie of vanwege zijn geboorte. Maar in wie waarheid en rechtschapenheid is, hij is iemand die zuiver is. Dat is een brahmaan.

Sufferd! Wat voor nut heeft jouw geklit haar en wat voor zin heeft jouw gewaad van luipaardenhuid! Binnenin ben je vol bezoedelingen; jij maakt slechts je buitenkant mooi.

Hij draagt afgedankte kledingstukken, zijn lichaam is slank en getekend vanwege zijn aderen, hij is alleen in het bos; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Ik noem iemand niet een brahmaan omdat hij geboren is via de baarmoeder van een hoogstaande moeder. Als hij een bezitter is van bezoedelingen, dan is hij slechts een “meneer-zegger”. Maar hij die vrij van bezoedelingen en hechten is, hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij heeft alle banden doorgekapt, hij raakt niet meer geagiteerd, hij is voorbij alle gehechtheden, hij is bevrijd; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Wie de riem en de teugel heeft doorgekapt, en ook het touw samen met het hoofdstel, hij die de disselboom verwijderd heeft, die persoon is ontwaakt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Iemand die zonder wrokgevoelens martelingen, aanvallen en in gevangenneming verdraagt, iemand die verdraagzaamheid als zijn kracht en zijn leger heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Wie zonder boosheid is en plichtsgetrouw is, vol deugdzaamheid en vrij van begeerte, wie getraind is—hij is in zijn laatste lichaam. Hij is degene die ik een brahmaan noem.

Zoals een waterdruppel op een lotusblad, of zoals een mosterdzaadje op het puntje van een naald—op dezelfde wijze hecht hij niet aan zintuiglijke dingen; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij die in dit leven voor hemzelf het einde van lijden heeft gerealiseerd, wie zijn last terzijde heeft gelegd en bevrijd is; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Wiens kennis diep is, die wijs is, die bekwaam is om het verkeerde van het juiste pad te onderscheiden, iemand die het allerhoogste doel heeft bereikt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Op afstand van de lekenvolgelingen en van hen die de wereld verlaten hebben, iemand die rondzwerft zonder een vast verblijf, met weinig wensen; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij die gewelddadigheid ten opzichten van alle levende wezens verlaten heeft, de angstige en de sterken, iemand die niet doodt of anderen tot doden aanzet; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Vriendelijk onder hen die vijandig zijn, vredig onder hen die gewelddadig zijn, niet gehecht onder hen die gehecht zijn; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Van wie begeerte en haat, eigendunk en minachting zijn afgevallen zoals een mosterdzaadje van de punt van een naald valt, hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij die vriendelijk spreekt, leerzame en ware woorden, nooit iemand beledigt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Wie in de wereld nooit neemt wat niet is gegeven, of het lang of kort is, groot of klein, goed of slecht; hij is degene die ik een brahmaan noem.

In hem waarin geen begeerte is naar deze wereld of de volgende, hij die zonder begeerte en ongebonden is; hij is degene die ik een brahmaan noem.

In wie geen gehechtheid gevonden wordt, wie door perfecte kennis bevrijd is van twijfel, wie de doodloze staat bereikt heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Wie in deze wereld voorbij beide banden is gegaan—verdienste en kwaad—hij is zonder verdriet, onbezoedeld en zuiver; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij die, zoals de maan zonder bezoedelingen is, sereen en glashelder is, wie de begeerte naar het bestaan heeft vernietigd; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij die door dit moerassige pad gereisd is, de levensgevaarlijke en bedrieglijke ronden van bestaan (samsara), hij die overgestoken is en de andere oever heeft bereikt. Hij, die meditatief is, kalm, vrij van twijfels en nergens aan hecht; hij heeft Nibbana verwerkelijkt. Hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij, die zintuiglijke geneugten heeft opgegeven, die het huislijke leven verlaten heeft en het thuisloze leven is aangegaan, hij, die zowel zintuiglijke geneugten als het continueren in het bestaan vernietigd heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij, die begeerte heeft opgegeven, die het huislijke leven verlaten heeft en het thuisloze leven is aangegaan, hij, die zowel begeerte als het continueren in het bestaan vernietigd heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Door menselijke banden opgegeven te hebben en voorbij goddelijke banden te zijn gegaan, is iemand ongebonden en vrij van alle banden; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij heeft lust en walging opgegeven, hij is kalm en hij is bevrijd van de voedingsbodem van het bestaan, een held die alle werelden overwonnen heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij kent de dood en wedergeboorte van wezens op elke wijze, hij is volkomen bevrijd, verheven, ontwaakt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Wiens pad noch door hemelwezens, noch door hemelse muzikanten, noch door mensen bekend is, wiens bezoedelingen allemaal vernietigd zijn, de Arahat, hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij die zich nergens aan vastklampt, hetzij in het verleden, in het heden of in de toekomst, die niets bezit, die ongehecht is; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij, de imposante stier, de verhevene, de dappere, de grote ziener, hij die alles overwonnen heeft, de hartstochtloze, de zuivere, de ontwaakte; hij is degene die ik een brahmaan noem.

Hij, die zijn vorige levens kent, de gelukkige en ellendige staten ziet, hij die het einde van geboorten heeft bereikt en de perfectie van wijsheid heeft verwerkelijkt, de heilige die de top van zijn spirituele voortreffelijkheid heeft bereikt; hij is degene die ik een brahmaan noem.