Sutta Nipāta 2.4

De hoogste zegeningen

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende nabij Savatthi in het Jetavana, het park van Anathapindika. Toen de nacht al ver gevorderd was, kwam er een hemels wezen (devata) van wie de weergaloze pracht het hele Jetavana verlichtte, naar de Gezegende. En terwijl hij neerstreek, groette hij de Gezegende op respectvolle wijze en ging aan een zijde staan. Toen zij daar zo aan een zijde stond, sprak zij de Gezegende aan in de volgende verzen:

De devata: “Vele goden en mensen, die graag gelukkig zijn, hebben erover nagedacht welke dingen de hoogste zegeningen vormen. Alstublieft, vertel ons wat de hoogste zegeningen zijn!”

De Boeddha: “Niet omgaan met dwazen, maar om te gaan met de wijzen en diegene te eren die het eren waardig zijn—dit is de hoogste zegening.”

“Te verblijven in een harmonieuze omgeving, in het verleden verdienstelijke daden te hebben verricht en zichzelf in de juiste koers te hebben gezet; dit is de hoogste zegening.”

“Veel geleerd te hebben, kundig te zijn in handwerken, goed getraind in discipline en op de juiste manier spreken; dit is de hoogste zegening.”

“Ondersteuning van vader en moeder, het liefhebben van vrouw en kinderen en een vreedzaam beroep hebben; dit is de hoogste zegening.”

“Royaal zijn met giften, rechtvaardig zijn in gedrag, het helpen van verwanten en van onberispelijk gedrag zijn; dit is de hoogste zegening.”

“Het doen ophouden en onthouding van kwaad, onthouding van bedwelmende middelen en ijverig zijn in deugd; dit is de hoogste zegening.”

“Eerbiedig zijn, bescheiden, tevreden, dankbaar zijn en van tijd tot tijd de Dhamma horen op bepaalde momenten; dit is de hoogste zegening.”

“Verdraagzaam (khanti) en gehoorzaam zijn, omgaan met monniken en van tijd tot tijd deelnemen aan religieuze gesprekken; dit is de hoogste zegening.”

“Zelfbeheersing (tapo), een heilig en kuis leven, het zien van de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca) en de realisatie van Nibbana; dit is de hoogste zegening.”

“Een geest die onbewogen blijft door de wisselvalligheden des levens, die bevrijd is van verdriet, gezuiverd van bezoedelingen (asava) en die bevrijd is van angst; dit is de hoogste zegening.”

“Zij die op deze manier leven, zijn altijd onoverwinnelijk, zij zijn gevestigd in geluk; dit zijn de hoogste zegeningen.”