Sutta Nipāta 4.5

Perfectheid

De persoon die hecht aan een dogmatische mening welke hij beschouwt als het hoogste in de wereld, beweert: ‘Dit is het meest verheven’, veracht andere meningen als zijnde minderwaardig. Als gevolg daarvan is hij niet vrij van twistgesprekken.

Wanneer hij persoonlijk voordeel ziet bij de dingen die hij heeft gezien, gehoord of gekend, of via regels of rituelen, hecht hij hartstochtelijk alleen daar aan en beschouwt hij al het andere als minderwaardig.

De kenners zeggen dat het een band is om zich te verlaten op waar iemand zich mee associeert en al het andere te beschouwen als minderwaardig. Daarom zou degene die gedisciplineerd is zich niet moeten verlaten op dingen die gezien zijn, gehoord zijn of gevoeld zijn, of op regels en rituelen.

De gedisciplineerde mens brengt geen dogmatische meningen voort in de wereld, niet door kennis en niet door regels en rituelen. Daarom beschouwt hij zichzelf niet als ‘hoger’, ‘lager’ of ‘gelijk’.

De heilige heeft de notie van ‘zelf’ of ‘ego’ verlaten en is vrij van hechten. Hij verlaat zichzelf zelfs niet op kennis; hij kiest geen partij tijdens een discussie, hij heeft geen dogmatische meningen.

Voor hem is er geen begeerte om voor dit of dat te strijden, in deze wereld of in de volgende. Hij is ermee opgehouden zich te associëren met dogma's; hij heeft de schamele vertroosting die dogma's bieden, niet meer nodig.

Voor de heilige is er niet de minste geringste vooringenomenheid ten aanzien van dingen die gezien zijn, gehoord zijn of gevoeld zijn. Hoe kan iemand in de wereld zulk een persoon die er geen dogmatische meningen op nahoudt, in gedachten karakteriseren?

Zij vertegenwoordigen noch een specifiek dogma noch hebben zij de voorkeur aan iets. Dogmatische meningen worden door hen niet in acht genomen. De ware brahmaan wordt niet geleid door regels en rituelen. Aldus heeft de standvastige de Andere Zijde (Nibbana) bereikt om nooit meer terug te keren.