Sutta Nipāta 5.3

Tissa Metteyya's vragen

Toen stelde de brahmaanse student Tissa Metteyya enkele vragen aan de Meester:

“Wie is tevreden in de wereld?”, vroeg hij. “Is er iemand die volkomen rustig is? Welke denker kent beide kanten zonder in zijn denken tussen deze te blijven steken? Wie noemt u een groot wezen? Wie is het, die niet bevangen is door de schijnheilige wereld van hebzucht?”

“Hij, die temidden van een zintuiglijke wereld het heilige leven leeft, hij, die altijd indachtig en vrij van begeerte is. De monnik is—door het doorgronden van dingen—ongebonden; hij is degene die volkomen rustig is.”

“Hij, de denker, kent beide kanten en blijft niet tussen de twee steken. Dat is degene die ik een groot persoon noem. Hij is degene die niet bevangen is door de schijnheilige wereld van hebzucht.”