Udāna 1.2

De Bodhi boom—2

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Heer in Uruvela, nabij de rivier de Nerañjara aan de voet van de Bodhi boom, toen hij juist de volledige verlichting gerealiseerd had. In die tijd zat de Heer gedurende zeven dagen met zijn benen gekruist, en hij ervoer de zegen der bevrijding. Toen, aan het einde van die zeven dagen, rees de Heer uit die concentratie op en schonk gedurende de middelste wake van de nacht weldoordachte aandacht aan het afhankelijk ontstaan in achterwaartse richting, als volgt:

Als het een er niet is, is het ander er niet; door de opheffing van het een, houdt het ander op. Dat wil zeggen: door de opheffing van onwetendheid houden wilshandelingen op; door de opheffing van wilshandelingen houdt bewustzijn op; door de opheffing van bewustzijn houden lichaam en geest op; door de opheffing van lichaam en geest houdt de zesvoudige basis op; door de opheffing van de zesvoudige basis houdt contact op; door de opheffing van contact houdt gevoel op; door de opheffing van gevoel houdt begeerte op; door de opheffing van begeerte houdt hechten op; door de opheffing van hechten houdt worden op; door de opheffing van worden houdt geboorte op; door de opheffing van geboorte houden ouderdom en dood, verdriet, weeklagen, pijn, smart en wanhoop op. Dit is de beëindiging van deze hele massa van lijden.

Toen, zich de betekenis ervan realiserend, uitte de Heer bij die gelegenheid deze geïnspireerde uitspraak:

Wanneer de waarheden duidelijk worden
aan de volijverige mediterende brahmaan,
dan verdwijnen alle twijfels, omdat hij
de beëindiging van alle voorwaarden voor ontstaan heeft begrepen.