Udāna 1.7

Ajakalapaka

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Heer in Pava, bij het heiligdom Ajakalapaka, de woonplaats van de yakkha Ajakalapaka.

Het gebeurde dat de Heer tijdens een pikdonkere nacht in de buitenlucht zat, terwijl het zachtjes regende. Toen naderde de yakkha Ajakalapaka de Heer, omdat hij vrees en ontsteltenis bij de Heer wilde veroorzaken en zijn haar recht overeind wilde doen laten staan. Vlak bij hem uitte hij driemaal een angstaanjagende kreet, met de woorden: “Hier is een boze geest voor jou, kluizenaar!”

Toen, zich de betekenis ervan realiserend, uitte de Heer bij die gelegenheid deze geïnspireerde uitspraak:

Als een brahmaan het einde heeft bereikt
van zijn eigen verrichtingen,
dan is hij buiten het bereik
van deze boze geest met zijn luidruchtig geraas.