Udāna 1.9

De Jatila asceten

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Heer nabij Gaya op de Gayasisa. In die tijd, gedurende de koude winternachten tijdens de Antaratthaka in het seizoen van de sneeuwval, dompelden veel Jatila asceten in Gaya zich onder in het water, goten water over zich heen, en brachten het vuuroffer omdat zij geloofden dat deze praktijken hen zouden reinigen.

De Heer zag deze Jatila asceten in Gaya zich in het water onderdompelen, water over zich heen gieten, en het vuuroffer brengen omdat zij geloofden dat deze praktijken hen zouden reinigen.

Toen, zich de betekenis ervan realiserend, uitte de Heer bij die gelegenheid deze geïnspireerde uitspraak:

Veel mensen baden in water,
maar daardoor wordt men niet gezuiverd.
In wie waarheid is en Dhamma,
hij is gezuiverd, hij is een brahmaan.